
Activerende didactiek gaat niet over het nieuwste middel, maar over het oudste principe: leren vraagt tijd, aandacht en richting. Soms zelfs… stilte.
De kracht van eenvoud in een tijd van digitale verleiding
Wie vandaag de dag een willekeurige onderwijsconferentie bezoekt, ziet overal hetzelfde beeld: technologie die belooft het leren te versnellen, te verbeteren en te verrijken. Van interactieve quizapps tot adaptieve leeromgevingen en AI-gegenereerde feedback. De innovatie is zichtbaar, indrukwekkend en vaak goed bedoeld. Maar is het ook altijd zinvol? In ons streven naar activerend onderwijs wordt technologie vaak als vanzelfsprekend vertrekpunt genomen. De logica lijkt helder: wie wil activeren, moet modern zijn. Maar daarmee verschuift het gesprek van inhoud naar vorm. We vragen niet langer: Wat willen we leren? maar: Welke tool gebruiken we?
Het resultaat? Het doel raakt uit zicht. Technologie wordt leidend, waar het ondersteunend zou moeten zijn. En dat is zonde, want activerend leren draait in de kern niet om digitale middelen – het draait om mensen. Om nieuwsgierigheid, vertraging, verbinding en betekenis. Eigenschappen die je niet downloadt, maar ontwikkelt. Daarom is het tijd om opnieuw te kijken naar wat activeren werkelijk betekent. Niet sneller, maar dieper. Niet drukker, maar doordachter. Soms zelfs… trager. Zoals een wandeling door een stil bos.
Activeren is vertragen: leren als een wandeling door het bos
Stel je een rustig bospad voor. Het kronkelt tussen hoge bomen, met zonlicht dat gefilterd op de aarde valt. Geen haast, geen ruis. Alleen jij, het pad en de omgeving. Je kiest een richting, maar laat ruimte om te stoppen, om te kijken, om te denken. Zo zou activerend onderwijs ook mogen aanvoelen. Niet als een race van lesdoel naar toets, maar als een doordachte route waarin ruimte is voor verwondering, voor zelf nadenken, voor betekenisvolle stappen. Waarbij de begeleider – docent, trainer of coach – niet zozeer de zender is, maar de gids.
In de praktijk zien we vaak het tegenovergestelde. De ene tool volgt de andere op. Een les zonder scherm voelt ineens ‘ouderwets’, en de waarde van beproefde methoden – klassengesprek, bordwerk, zelfreflectie – raakt ondergesneeuwd. Terwijl juist die vormen mensen actief maken. Niet door wat ze zien, maar door wat ze doen, denken en voelen. Neem de kracht van stilte. Een moment van niets. Geen klik, geen reactie, geen snelle score. Alleen de vraag die even blijft hangen. Stilte dwingt tot nadenken[1]. Het vertraagt het tempo, maar versnelt de diepgang. Beproefde didactiek verdient herwaardering. Niet uit nostalgie, maar uit inzicht. Werkvormen die al decennia meegaan doen dat niet voor niets. Ze zijn vaak eenvoudiger, maar ook menselijker. Ze vragen minder middelen, maar meer bewustzijn. Technologie kan die vormen verrijken, maar nooit vervangen. Want zoals op het bospad gebruik je misschien een kaart of een kompas – maar het zijn je ogen, je gevoel en je tempo die bepalen hoe je leert.
De balans hervinden: een pleidooi voor didactiek vóór techniek
Is technologie dan overbodig? Natuurlijk niet. Technologie biedt geweldige kansen voor personalisering, flexibiliteit en toegankelijkheid. Maar ze is slechts één van de middelen. Geen uitgangspunt, geen doel op zich. De kernvraag blijft: Wat wil je dat mensen leren, en wat helpt daarbij écht? Activerende didactiek vraagt dus niet om méér techniek, maar om bewuste keuzes. En dat begint bij herwaardering van het pedagogisch en didactisch ambacht[2]. Bij het durven teruggrijpen op eenvoud, zonder dat het simplistisch wordt. Bij het erkennen dat rust, aandacht en menselijke interactie geen ‘verouderde’ principes zijn, maar voorwaarden voor echt leren – in elke context. Juist nu – in een tijd van overvloed aan middelen en voortdurende prikkels – is de uitnodiging groter dan ooit om opnieuw de balans op te maken. Niet alle vooruitgang zit in vernieuwing. Soms ligt de winst in wat je weglaat. In wat je loslaat. In wat je stil durft te laten. Dus laten we technologie omarmen, maar met mate. Laten we het gesprek over didactiek voeren vóór het gesprek over middelen. En laten we vooral blijven wandelen, figuurlijk dan – over dat bospad waar leren geen sprint is, maar een route die je bewust bewandelt.
Een les zonder technologie is niet ouderwets. Het is soms gewoon precies wat er nodig is.