empty deck 2

Wanneer werk niet meer past – Over de menselijke maat op een veranderende arbeidsmarkt

Geïnspireerd door gesprekken over transitie, arbeid en autonomie

“We krijgen het werk niet meer af.”
Niet omdat het er niet is. Maar omdat het steeds minder past.

Werk is lang een anker geweest in onze samenleving: van ritme, van zekerheid, van identiteit. Maar dat anker lijkt losser te raken. In de zorg, het onderwijs en het sociaal domein stapelen de signalen zich op. Teams zijn onderbezet, roosters knellen, mensen vallen uit. En toch: veel mensen willen werken. Alleen niet altijd zoals werk nu georganiseerd is.

Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau leven we in het tijdperk van de werkende duizendpoot[1]. Mensen combineren loondienst met zorgtaken, vrijwilligerswerk, zzp-activiteiten of mantelzorg. Maar onze systemen zijn nog vaak ingericht op voltijdsnormen, vaste roosters en lineaire carrières. Misschien is de vraag niet langer: hoe vullen we vacatures? Maar eerder: hoe maken we werk weer passend?

“Het werk is er wel. Maar het past ons niet meer zoals het ooit deed.”

Een zachte blik over de grens

In Nederland werken we veel in deeltijd. Dat biedt ruimte, maar kent ook grenzen. In Zweden wordt brede arbeidsparticipatie gestimuleerd door toegankelijke kinderopvang en gedeeld ouderschapsverlof[2]. In Duitsland laat het Kurzarbeit-model zien hoe je werkgelegenheid flexibel kunt beschermen. En in Finland leidde een massale staking tot een publiek debat over bestaanszekerheid en werkdruk[3].

Deze voorbeelden maken één ding duidelijk: hoe we werk organiseren is geen natuurwet. Het is een keuze. En keuzes kunnen veranderen. Soms begint dat met eenvoudige vragen: waarom plannen we zoals we doen? Wie past zich telkens aan aan wie? En wat zegt dat over wat we waardevol vinden in werk?

“Als werk weer past, wordt het niet lichter. Maar wel dragelijker.”

Van star naar stromend

De toekomst van werk vraagt niet om harder werken, maar om anders kijken. Net zoals water de vorm aanneemt van de bedding die het krijgt, kan werk zich hervormen naar de levens van mensen. Dat vraagt om loslaten, maar ook om richting. Om vertrouwen, maatwerk en wendbaarheid.

We zien al initiatieven: flexibele werkweken, taakgericht organiseren, meer autonomie op de werkvloer. Geen vaste recepten, maar wel beweging. Richtingen waarin organisaties en mensen elkaar weer kunnen vinden. Zodat werk niet langer iets is wat je ondergaat, maar iets waaraan je bijdraagt. In je eigen tempo. Op jouw manier.

Ruimte om mens te zijn

Onderzoek wijst uit dat werk dat aansluit bij iemands waarden en omstandigheden leidt tot minder uitval, meer betrokkenheid en duurzame inzetbaarheid[4]. Toch gaat het gesprek vaak niet over wat werk voor iemand betekent, maar over uren, targets en roosters.

Wat als we dat omdraaien? Wat als we werk weer zien als een ontmoeting tussen mens en taak, tussen individu en samenleving? Dan ontstaat ruimte voor verbondenheid, voor herstel, voor zinvol werk. Niet als luxe, maar als noodzaak in een tijd van structurele druk.

“Het werk verandert. De mensen ook. Het systeem volgt nog maar moeizaam.”

In die ruimte ligt de uitnodiging. Voor werkgevers, beleidsmakers, en teams. Om opnieuw te kijken, af te stemmen, te herschikken. Niet alles hoeft anders, maar veel mag bewuster. Zodat werk weer ademt. En mensen ook.


Referenties

  1. SCP (2021). De werkende duizendpoot – Meervoudige werkrollen en maatschappelijke bijdrage. ↩︎
  2. OECD (2023). Better Work-Life Balance Policies in the Nordics. ↩︎
  3. NOS (2024). Massale staking in Finland tegen bezuinigingsplannen. ↩︎
  4. TNO (2023). Werkgeluk, autonomie en duurzame inzetbaarheid. ↩︎